Lef, concretisering en samenwerking

Tijdens het Politiek Ondernemersdebat, georganiseerd door Goede Zaken, discussieerden vertegenwoordigers van politieke partijen onderling én met ondernemers over onder meer regelgeving, een veilige en toegankelijke binnenstad en een goed bereikbare Waarderpolder. Dat zorgde voor levendige en interessante debatten, op woensdagavond 11 maart in Paviljoen De Mug van het Nova College.

De deelnemende partners brachten stellingen in waarop politici reageerden. Die hadden vooraf kenbaar gemaakt in hoeverre ze het met de stelling eens of oneens waren. Presentatoren Brigitte Kool en Johan Tempelaar stelden vervolgens de vragen, waarna de bij de stelling betrokken partner weer reageerde. Dat begon bij Haarlem Centraal, de belangenvereniging voor de ondernemers in de binnenstad. Esther Joël poneerde namens Haarlem Centraal de stelling dat in het centrum de voetganger centraal dient te staan. Bijvoorbeeld via duidelijke regels, meer handhaving en een betere routing voor fietsers.

Fietsers en voetgangers
Daar wist Louise van Zetten (Hart voor Haarlem) wel raad mee. Volgens haar is de binnenstad door de langgerekte vorm alleen met de fiets goed bereikbaar en zijn ouderen en mensen die slecht ter been zijn de dupe van dit beleid. Een ondernemer vulde aan door te zeggen dat consumenten die op de fiets naar Haarlem komen juist de echte kopers zijn. “Daar heb je als ondernemer tenminste iets aan.” Joris Krouwels (D66) en Diana van Loenen (GroenLinks-PvdA) stelden juist dat door de komst van meer fietsparkeergarages de fietsende consument op zijn wenken wordt bediend. Vervolgens vierde het politiek jargon hoogtij via termen als integrale aanpak, mobiliteit en het houden van pilots. 

Dat leek ook te gebeuren met de door de Industriekring Haarlem ingebrachte stelling. Voorzitter Bruno Giebels zei dat de Waarderpolder momenteel goed is voor zo’n 16.000 arbeidsplaatsen. Daar komen door de vestiging van nieuwe ondernemingen nog eens 5.000 bij. Dat betekent dat er meer investeringen nodig zijn in onder meer vergroening, betere bereikbaarheid, verbetering van de infrastructuur en het wegwerken van achterstallig onderhoud. Vrijwel alle partijen zijn het daar mee eens. Daar was Giebels uiteraard heel blij mee, al was hij wat teleurgesteld over de reactie vanuit de partijen hoe ze dat concreet willen maken. “Veel plannen liggen er al, als belangenbehartiger van de bedrijven weten wij als Industriekring goed waar behoefte aan is. Dus laten we na de verkiezingen verder in gesprek gaan, wij hebben de ideeën en oplossingen voor de uitdagingen waar de Waarderpolder mee te maken heeft. Laat ons jullie helpen om tot concrete uitvoering van die plannen te komen.”

Lef en vertrouwen
Alexander Mascini van Volt, dat voor het eerst meedoet aan de Haarlemse gemeenteraadsverkiezingen, kreeg met succes het woord ‘lef’ op de agenda. Hij betichtte het zittende college van het gebrek daaraan en betoogde dat er meer lef nodig is én dat de gemeente meer vertrouwen mag stellen in ondernemers en ondernemersverenigingen om wat te bereiken in Haarlem.

Koninklijke Horeca Nederland afdeling Haarlem ging in op de noodzaak om het aantal regels voor horeca-ondernemers te beperken. Met name waar het dubbele of onnodige regels betreft. Bestuurslid Eefje Majoor gaf aan zo een lijst van te kunnen maken met minstens twintig regels die overbodig zijn of dubbelen met landelijke regelgeving. Daar was Nienke Klazinga (VVD) het van harte mee eens. Zij gaf als voorbeeld een ruim veertig pagina’s tellend boekwerk over regelgeving met betrekking tot evenementen – één van de redenen dat het Kleverparkfestival ophoudt te bestaan.

Handhaven en vergunningen zoeken
Eefje Majoor kreeg vervolgens de lachers op haar hand met een anekdote over een drukbezochte avond in Patronaat, waarop handhavers langskwamen en vroegen om een bepaalde vergunning. “Die vergunning hebben we natuurlijk gewoon en handhaving is geen probleem, maar dit was voor het eerst in twintig jaar dat ernaar gevraagd werd en op zo’n moment weet niemand natuurlijk waar die vergunning ligt – laat staan dat we als er 900 man in huis is tijd hebben om ernaar te zoeken…”.

Ook de Vereniging Eigenaren Binnenstad Haarlem loopt tegen die regelgeving aan. Het is volgens bestuurslid Anton Bruning één van de redenen dat het project Wonen boven Winkels zo moeizaam van de grond komt, ondanks dat iedereen daar vóór is. Ook omdat het college meer aandacht heeft voor de realisatie van woningen buiten het centrum. En dat terwijl een vitale binnenstad zo belangrijk is. Bruning vertelde als voorbeeld dat er per etage maar één ruimte gerealiseerd mag worden, terwijl de woonbehoefte in het centrum heel anders is. Regels over woningsplitsing zitten daar in de weg en zo staat er een potentieel van enkele honderden woningen leeg. Bruning: “Ik begrijp dat de prioriteit ligt bij projecten met duizenden woningen, maar dit is echt laaghangend fruit in de strijd tegen de woningnood.”

Impact-ondernemers en starters
Namens Kennemer Impact somde André Brasser voorbeelden op van ondernemers die maatschappelijk problemen aanpakken. “Daarmee nemen deze ondernemers ook taken weg die eigenlijk bij de gemeente liggen en zetten daarmee maatschappelijke kosten om in economische baten.” Daarom, zo betoogde Brasser, zou gemeentelijk vastgoed niet marktconform maar tegen kostprijs moeten worden aangeboden aan impact-ondernemers. Over deze stelling waren de meningen behoorlijk verdeeld. Danny van Leeuwen (ActiePartij) toonde zich een uitgesproken voorstander. “Onze partij is voortgekomen uit de noodzaak om vastgoed zo in te zetten dat er waarde wordt toegevoegd aan Haarlem”.

Frank Visser (ChristenUnie) gaf de stelling een ruime onvoldoende. Hij legde daarbij uit dat zijn partij op zich welwillend tegenover het idee staat, maar ook oog wil houden voor bijvoorbeeld starters. Diana van Loenen (GroenLinks-PvdA) onderstreepte dat Haarlem ook al heel veel doet voor impact-ondernemers, onder meer door in te zetten op het Sociaal Impact Investeringsfonds en te blijven investeren in het Kennemer Impact Programma.

Studenten en woningen
De avond werd afgesloten met het onderwerp ‘Haarlem Studentenstad’. Marijn Leijten van SRH Haarlem zei, mede namens de andere beroepsonderwijspartijen Hogeschool Inholland en Nova College: “Ik heb even meegeschreven en bij alle onderwerpen van vanavond is de oplossing: studenten! Maar dan moet gemeente Haarlem wel in deze doelgroep willen investeren. Dat vraagt onder meer om betaalbare woningen en goede voorzieningen voor studenten, waarvan het gros pendelt tussen Haarlem en hun eigen woonplaats. Haarlem laat de kans liggen om talent binnen de gemeentegrens te houden en aan de stad te binden.” Moussa Aynan van Jouw Haarlem weet de oplossing: flexwoningen. “Die kunnen zo worden opgeleverd, zijn van uitstekende kwaliteit en ik weet ook al een locatie. Waarbij ondertussen moet worden gewerkt aan permanente woningen, waarvan de ontwikkeling nu eenmaal langer duurt.”

Alles bij elkaar was het een avond met levendige en interessante debatten, waarbij de politici het op grote lijnen met alles redelijk eens waren, maar waar nog een vervolg moet komen in de realisatie en financiering van de plannen. Daarbij werd meerdere malen opgemerkt dat de gemeente ook kampt met een beperkte capaciteit aan ambtenareninzet. Daarop reikten de diverse ondernemersorganisaties de hand door aan te geven graag voorwerk te doen en na de verkiezingen met concrete suggesties te komen voor de nieuwe gemeenteraad en coalitie.

Zo leverde de avond meer dan voldoende stof op om na te praten, wat tijdens de afsluitende borrel al volop gebeurde – en ongetwijfeld een vervolg krijgt als het stof van de verkiezingsuitslag is neergedaald.

_MGC8912
previous arrowprevious arrow
next arrownext arrow
Shadow