Berichten

Tropische temperaturen en huurgenot

Steeds vaker is het in Nederland tropisch warm, een belangrijke reden om bij het sluiten van een huurovereenkomst stil te staan bij het binnenklimaat. Een goed binnenklimaat is van grote invloed op het huurgenot. Te veel warmte of kou kan leiden tot een lagere productiviteit en omzetverlies. Waartoe ben je als verhuurder verplicht, kan je aansprakelijkheid voor schade uitsluiten en wat mag een huurder verwachten?

Fleur Groos

Een te hoge of te lage binnentemperatuur, of het ontbreken van een toereikende faciliteit waarmee de temperatuur in het pand kan worden gereguleerd, kan worden gekwalificeerd als een gebrek. Van belang daarbij is wat de huurder met betrekking tot het binnenklimaat mocht verwachten ‘van een goed onderhouden zaak, van de soort als waarop de huurovereenkomst betrekking heeft’. Indien er een klimaatinstallatie aanwezig is, en deze ook tot het gehuurde behoort, dan zal een niet (deugdelijk) functionerende klimaatinstallatie in beginsel worden gekwalificeerd als een gebrek. In die zin oordeelde de rechtbank Noord-Holland, ten aanzien van een horecabedrijf dat problemen had met de klimaatinstallatie. In dit geval was de verhuurder verplicht het gebrek te verhelpen en was hij ook aansprakelijk voor de schade.

Als een klimaatinstallatie ontbreekt en partijen over de binnentemperatuur niets hebben afgesproken, dan dient op basis van alle omstandigheden te worden beoordeeld of er sprake is van een gebrek. Belangrijke omstandigheden zijn het bouwjaar van het gehuurde pand, of het is gerenoveerd en of het mogelijk was technische voorzieningen te treffen om de binnentemperatuur te reguleren.

De rechtbank Limburg oordeelde in 2017 dat het (te) hoog en langdurig oplopen van de binnentemperatuur van appartementen bestemd voor senioren gekwalificeerd moest worden als een gebrek. Het bleek onmogelijk om de binnentemperatuur voor de bewoners op een aanvaardbaar niveau te brengen. Ook de rechtbank Amsterdam oordeelde in 2011 dat er sprake was van een gebrek, wegens een te geringe capaciteit van het koelsysteem in een relatief nieuw gebouw met vrije sector woningen.

Uitsluiting van aansprakelijkheid voor schade van gebreken is onder bepaalde omstandigheden toegestaan. Dit is niet toegestaan wanneer het gaat om gebreken die de verhuurder bij het aangaan van de huurovereenkomst kende of behoorde te kennen.

Heeft u vragen of wenst u advies, neem dan contact op met Fleur Groos
06-29060900

Fleur Groos
www.groosadvocatuur.nl

Vakantieverhuur van een appartement

Als appartementseigenaar ben je in principe bevoegd om je appartement in elke gewenste vorm kortstondig of langdurig te verhuren. Maar de regels uit de akte van splitsing en het Modelreglement kunnen verhuur expliciet of impliciet verbieden. Overweegt u om uw appartement te gaan verhuren of overweegt u een appartement te kopen met het oog op verhuur, laat u zich dan vooraf informeren over de (on-)mogelijkheden.

Fleur Groos

In 2016 speelde over dit onderwerp een zaak bij de rechtbank Amsterdam. De vergadering van eigenaars van een VvE had besloten dat een appartement door de eigenaar maximaal 60 dagen per jaar mocht worden verhuurd. Eén van de appartementseigenaren was het niet eens met dit besluit en stapte naar de rechter. De rechter oordeelde dat het besluit nietig was, omdat in de akte van splitsing een expliciet verbod stond op de exploitatie van een appartement als pensionbedrijf. Ook was in de akte bepaald dat de appartementen moesten worden gebruikt ‘als woning voor privédoeleinden’. Volgens de rechter valt gebruik door toeristen daar niet onder.

In het geval van een indirect verbod, bijvoorbeeld strijd met de bestemming van het appartement, kan meestal toestemming voor het voorgenomen afwijkende gebruik (bijvoorbeeld vakantieverhuur) aan de vergadering van eigenaren worden voorgelegd. Wordt de vereiste toestemming op onredelijke gronden geweigerd, dan kan de betreffende appartementseigenaar de rechter om vervangende toestemming vragen. Wordt de toestemming verleend, dan kan een eigenaar die zich hier niet mee kan verenigen op zijn beurt de rechter om vernietiging van het besluit verzoeken.

Is er sprake van een expliciet verbod in de akte van splitsing, dan biedt toestemming van de vergadering van eigenaren geen uitkomst. In dat geval zal eerst de akte van splitsing moeten worden gewijzigd. Daarvoor is de medewerking van alle eigenaren vereist. Dit geldt ook andersom, wanneer toeristische verhuur op grond van de regels is toegestaan, maar de vergadering van eigenaars dat wil verbieden of slechts onder bepaalde voorwaarden wil toestaan. Het verbinden van voorwaarden aan de toestemming is raadzaam, bijvoorbeeld met betrekking tot het voldoen aan overheidsvoorschriften (vergunning), overlast en gebruik van gemeenschappelijke ruimten.

Wilt u meer informatie over toeristische verhuur, neem dan vrijblijvend contact met mij op.

Fleur Groos

www.groosadvocatuur.nl

Mag verhuurder de sloten vervangen?

Een voorbeeld uit de praktijk. Een huurder betaalt al maanden geen huur en de verhuurder is het beu: hij maakt het de huurder onmogelijk om het pand nog langer te gebruiken. Waarom zou de eigenaar het pand ter beschikking blijven stellen, terwijl huurder zijn betalingsverplichtingen niet nakomt?

Fleur Groos.

De verhuurder vordert vervolgens betaling van de achterstallige huur, ook over de periode dat de huurder geen toegang tot het pand heeft gehad. Op zichzelf beschouwd is een verhuurder bevoegd om zijn verplichtingen op te schorten, wanneer de huurder tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen. Het (blijven) verschaffen van het huurgenot betreft echter een verplichting van de verhuurder die niet kan worden opgeschort. Want de inbreuk die de opschorting op deze verplichting maakt, kan achteraf niet meer ongedaan worden gemaakt. Het eenzijdig ontzeggen van de toegang tot het pand is om die reden in strijd met de verplichtingen van de verhuurder, omdat dat feitelijk neerkomt op een (tijdelijk) einde van de huurovereenkomst. Op grond van de wet is voor het beëindigen van de huurovereenkomst een opzegging, wederzijdse instemming of tussenkomst van de rechter vereist. Over de periode dat de eigenaar de huurder de toegang heeft  geweigerd, is die daardoor geen huur verschuldigd.

De zaak gaat verder: de verhuurder vervangt niet alleen de sloten, maar meent dat hij met de afsluiting de zaken in het pand, die toebehoren aan de huurder, pas hoeft af te geven nadat de huurachterstand is betaald. Het beroep op dit zogenaamde retentierecht faalt, omdat de zaken zonder toestemming van huurder in zijn macht zijn gekomen, waarmee het retentierecht niet rechtsgeldig is.

Betaalt uw huurder de huur niet of niet op tijd en wilt u weten wat u wel kunt doen als verhuurder? Neem dan geheel vrijblijvend contact met mij op.

Fleur Groos

www.groosadvocatuur.nl

Eerlijk zullen we alles delen…

Belangenorganisaties van verhuurders en huurders, banken en de overheid maakten afgelopen 10 april bekend dat zij een Steunakkoord hadden bereikt. Een pakket met steunmaatregelen voor retailers die door de coronacrisis zijn getroffen. Het Steunakkoord riep zoveel vragen op, dat hierbij een aanvullende vragenlijst met antwoorden is opgesteld. De belangrijkste doelstellingen van het Steunakkoord zijn het oplossen van liquiditeitsproblemen van huurders en het samen delen van de pijn.

Kern van het akkoord is de huuropschorting van minimaal 50% tot maximaal 100% voor de maanden april, mei en juni. Later wordt vastgesteld of kwijtschelding aan de orde is. Voor een geslaagd beroep op het opschortingsrecht dient sprake te zijn van een aantoonbaar door de coronacrisis veroorzaakt omzetverlies van minimaal 25%. Het omzetverlies betreft ‘offline omzet’, want ‘online omzet’ is volgens het Steunakkoord maatwerk. Het akkoord is op vrijwillige basis, verhuurders en/of winkeliers die de afspraken niet zien zitten, zijn niet gebonden aan het Steunakkoord.

Het Steunakkoord vermeldt ‘zoveel mogelijk Nederlandse retailers die een omzetdaling hebben van minimaal 25% in april, mei en juni’. Het Steunakkoord geldt dus voor alle door de crisis getroffen retailers. Ondernemers uit andere sectoren – zoals horeca – vallen niet onder het akkoord en zijn aangewezen op individuele afspraken.

Onduidelijk is welke steun het akkoord verhuurders biedt, bijvoorbeeld wanneer huurders niet in staat blijken de opgeschorte huurtermijnen in te lopen en/of failliet gaan. De banken en overheid doen vooralsnog weinig voor verhuurders: verder dan tijdelijke opschorting van financiering tegen betaling van rente en uitstel (geen afstel) van belastingbetaling door de overheid gaat het niet.

Het bedenken van een breed inzetbare oplossing voor verhuurders en huurders is lastig, omdat geen situatie hetzelfde is. Voor advies en juridische ondersteuning bij het opstellen van een maatwerkoplossing kunt u contact opnemen.
Fleur Groos
www.groosadvocatuur.nl

Advocaat Fleur Groos nieuwe columnist Goede Zaken

Fleur Groos van Groos Advocatuur geeft de komende maanden via een aantal columns op Goede Zaken haar visie op juridische kwesties. De advocaat vastgoedrecht heeft veel ervaring op het gebied van huurrecht, appartementsrecht en andere aan vastgoed gerelateerde onderwerpen.

Fleur Groos: ‘De coronacrisis vraagt om maatwerk, omdat geen zaak hetzelfde is en ‘coronarechtspraak’ nog ontbreekt.’

Fleur Groos studeerde rechten in Leiden. Na haar afstuderen werkte ze geruime tijd als vastgoedadvocaat voor een middelgroot kantoor, waar ze voornamelijk mkb-ondernemers bijstond. Fleur heeft jarenlange ervaring en is lid van de Vereniging van Huurrecht Advocaten. In 2014 startte ze haar eigen kantoor in Vijfhuizen. Haar praktijk bestaat uit particulieren en mkb-ondernemers, maar ook uit advocatenkantoren die behoefte hebben aan tijdelijke ondersteuning. ‘Ik kom uit een ondernemersfamilie en heb daardoor affiniteit met de zakelijke dienstverlening. Ik koos bewust voor de advocatuur, omdat je als advocaat echt iets voor mensen kunt betekenen. Dat geeft mij voldoening.’

Actueel accent
Het accent van haar praktijk ligt op het huurrecht, voor zowel bedrijfsruimte (winkels en kantoren) als woonruimte. Stuk voor stuk zaken die in deze coronatijden zeer actueel zijn. Fleur Groos: ‘De impact van de crisis op de verhouding tussen huurders en verhuurders is enorm. Ook zijn er veel vragen. Neem de spoedwet die het verlengen van huurcontracten voor woonruimte tijdens de coronacrisis mogelijk maakt. Daar zitten de nodige onduidelijkheden in. Dat geldt eveneens voor steunpakketten van de overheid voor ondernemers.’

De coronacrisis zorgt op juridisch gebied voor veel onzekerheid zegt Fleur Groos. ‘Geen zaak is hetzelfde en rechtspraak over de coronacrisis is er nog niet, daarom zijn er geen algemeen toepasbare richtsnoeren aan te reiken. Het is maatwerk. Belangrijk is dat contractspartijen zich realiseren dat de crisis beide partijen kan raken. Samen haalbare afspraken maken, verdient de voorkeur boven een gang naar de rechter. Dat duurt te lang. Een hoogwaardig juridisch advies van mijn kant kan daarbij helpen.’

De eerste bijdrage van Fleur Groos verschijnt dinsdag 12 mei op Goede Zaken.

www.groosadvocatuur.nl