Tag Archief van: MAAK terrein

Goede Zaken TV met MAAK Haarlem

Architect Hans van Eeden is een van de oprichters van MAAK Haarlem, centrum voor innovatieve maaktechnieken. Aan de Oudeweg in de Waarderpolder exploiteert MAAK een uit de jaren 30 stammend complex van de gemeente. Met 37 innovatieve bedrijfjes (en in totaal circa 75 werknemers) zit het vol. In korte tijd groeide MAAK uit tot een gewaardeerde kraamkamer, waar steeds weer nieuwe ondernemingen het levenslicht zien.


Haarlem heeft, vertelt Van Eeden aan Jaap Sluis in een video-interview, niet zoals Eindhoven met de TU technische innovatie op het hoogste (onderwijs)niveau in huis. Maar daar staat tegenover dat de stad verdraaid goed is in de innovatieve praktijk. Dus in het máken. De bedrijven op MAAK wisselen kennis en ervaring uit. Worden ze te groot voor de kraamkamer dan strijken ze elders neer. Dat leidt bij Van Eeden tot gemengde gevoelens: ‘Ik vind het jammer dat ze weg gaan, maar ben trots dat ze bij MAAK succesvol zijn geworden.’

 

Bekijk de video hieronder:

Zlee en Schaatz als statement voor circulaire vraag

Het winterse weer zorgde deze maand voor veel sneeuw- en ijspret. Schaatsenslijpers draaiden overuren en op Marktplaats werd grif geboden op sleetjes. Dat bracht Max Kortenhorst op het idee om een circulaire slee en dito schaatsen te produceren, gemaakt van oude treinvloeren en vloerplinten.


‘Als het gaat om circulaire producten hoor je vaak dat er “eerst vraag moet worden gecreëerd”’, vertelt Kortenhorst. ‘In mijn ogen is dat de omgekeerde route: er ís doorlopend vraag. Dat bleek wel toen het begon te sneeuwen en ‘slee’ de meest gebruikte zoekterm op Marktplaats  werd. Dat heb ik aangegrepen om een visueel statement te maken in de vorm van de Zlee, gemaakt van een oude treinvloer en plinten uit een kantoorgebouw. Vervolgens mocht de Schaatz niet achterblijven. Al heeft die de testfase niet doorstaan en moet er nog wat enigineering plaatsvinden.’

Kortenhorst maakt met zijn bedrijf Circular Customs onderdeel uit van enz-remake, een Haarlemse coöperatie van circulaire ontwerpers en makers gevestigd op het MAAK-terrein. De aanwezigheid van de circulaire hub was voor Kortenhorst de reden om in maart 2020 met zijn bedrijf naar Haarlem te verhuizen. ‘Zo heb ik de Schaatz ontwikkeld samen met David van der Veldt. Hij het computerwerk, ik het handwerk. Echt een mooi voorbeeld van hoe je elkaar snel weet te vinden, met zijn tweeën op een bierviltje begint en binnen no-time een product hebt ontwikkeld.’

Opgebruikte winkelwagentjes

De letter z in Zlee en Schaatz is een knipoog naar enz, dat weer is gebaseerd op ‘NS’. De NS en Spaarnelanden zijn voor enz-remake belangrijke toeleveranciers van grondstoffen, die anders waarschijnlijk vernietigd zouden worden. Zo worden van oude treinvloeren nieuwe parketvloeren geperst en maakten de broers David en Rick van der Veldt er eerder al een pingpongtafel van – inclusief gele batjes met vertrektijden, gemaakt van reisinformatieborden. Ook staan er in de loods van Kortenhorst en de zijnen opgebruikte winkelwagentjes van Albert Heijn klaar om eerst tot plastic grondstof en vervolgens tot tafels en ander interieur verwerkt te worden.

Consistente stroom

Kortenhorst: ‘Vanuit de NS is er een redelijk consistente stroom van grondstoffen, verder is het managen van die grondstoffenstroom echt een opgave. Je moet zien te vinden waar restproducten beschikbaar zijn, bekijken wat het exact is, het materiaal saneren en vervolgens verwerken tot nieuwe grondstof. Dan pas kan het productieproces beginnen, je kunt je voorstellen wat dat betekent voor het businessmodel. De Zlee was een beetje een grapje, in volume is het een druppel op de gloeiende plaat. Waar we naartoe willen, is dat we een aantal kleine ketens van aanbod-productie-vraag realiseren, zodat we het volume vergroten en daarmee ook het hele proces goedkoper maken.’

www.enz-remake.nl
www.circularcustoms.com

De natuur doet het zware werk bij MAAK

Voor een technicus als Hans Struiksma is het een uitdagend experiment; het bouwen van een biomeiler. Een grote composthoop waaruit warmte wordt onttrokken, die voor verwarming van een gebouw gebruikt kan worden.

Hans Struiksma: ‘Ik vind het mijn sociale verantwoordelijkheid om te blijven pionieren en echt bij te dragen aan de noodzakelijke energietransitie.’

Zonder verbranding, voor de duidelijkheid. Bacterieën en schimmels breken houtsnippers af tot houtcompost, die zeer voedzaam is voor de bodem. De natuur bepaalt het succes, bouwers van een biomeiler hebben slechts beperkt invloed op het verloop. Er is in Nederland een enorme verarming van de grond, die daardoor weinig vocht kan vasthouden. Composteren is in sommige delen van Nederland broodnodig, bleek weer de afgelopen periode van heftige regenval.

Tuinders zijn gek op de houtcompost, waarvan gezegd wordt dat het ook stikstof opneemt. Hans Struiksma bouwt een biomeiler waar 70 kuub houtsnippers in kan. Het project is onderdeel van de innovatieve en circulaire som der delen van het MAAK-terrein aan de Oudeweg in Haarlem. Daar worden MAAK-ers gefaciliteerd hun specialisatie uit te oefenen en bij te dragen aan het hele terrein. Het project ontving ook een donatie uit het Rabo Ondernemers Impuls van Rabobank Haarlem en Omstreken.

‘Dit project kende en kent een groot aantal uitdagingen. Vergunningen is een verhaal op zich. Procedures en jurisprudentie rondom biomeilers zijn er niet of ambtenaren kennen ze niet. Composteren in stedelijk gebied betekent logischerwijs rekening houden met de omgeving, maar de materie is zo nieuw dat er veel te verdedigen viel. Ton Belderok (onder meer oprichter van ’t Vuilrak, partner in circulair ondernemen, red.) heeft me vaak geholpen gesprekken in goede banen te leiden.’

‘Waar haal je hout betaalbaar en duurzaam vandaan, is ook zo’n uitdaging. Vooralsnog is de economische rentabiliteit van de biomeiler nog laag en grootschalige toepassing nog ver weg. Maar ik vind het mijn sociale verantwoordelijkheid om te blijven pionieren en echt bij te dragen aan de noodzakelijke energietransitie. Ik zet daarvoor graag mijn didactische capaciteiten en mijn technische knowhow in.’

www.maakhaarlem.nl

Vanaf het MAAK-terrein bouwen aan wol-imperium

Toen Natalie Bogtman voor het eerst bij het scheren van schapen aanwezig was, werd ze direct gegrepen door de grondstof wol. Ze leerde vilten en spinnen en ging hobbymatig producten maken. Nadat ze als gevolg van automatisering haar baan verloor, besloot ze onder de naam Natalie Wool als ondernemer aan de slag te gaan.

Natalie Bogtman: ‘Wol heeft een lange levensduur, wel 80 jaar, met behoud van alle positieve eigenschappen.’

‘Schapenvacht is een restproduct van de vleesindustrie’, vertelt Bogtman vanuit haar werkloods op het MAAK-terrein in de Waarderpolder. ‘Terwijl schapen eenmaal per jaar wol ‘geven’, dus ook als ze niet naar de slacht gaan, is er meer dan genoeg beschikbaar. Bij het looien van vachten worden meestal milieubelastende producten gebruikt. De wol gaat de hele wereld over, van Australië naar Maleisië naar China, voordat het in Nederland als kleed in de winkel ligt. Leerlooien gebeurt in landen als India of Bangladesh door 15- of 16-jarigen, die door de chemicaliën geen nagels meer hebben en astma ontwikkelen. Terwijl het anders kan. Dichtbij huis en met milieuvriendelijke alternatieven, bewerken kan bijvoorbeeld gewoon met water en zeep.’

Bogtman maakt onder meer decoratieve kleden en woonaccessoires, die ze verkoopt in haar webshop, op markten en bij Nyhavn in de Koningstraat. Daarnaast geeft ze workshops vachtvilten, waar deelnemers met hun eigen gevilte kleed naar huis gaan. ‘Gevilt, dus niet gevild’, zegt Bogtman met een knipoog. Haar wol haalt ze bij een aantal vaste adressen in de omgeving, waaronder diverse boeren. ‘Wol heeft een lange levensduur, wel 80 jaar, met behoud van alle positieve eigenschappen. Het is zelfreinigend, 100% composteerbaar en heeft een hoge isolatiewaarde. Het helpt ook om de akoestiek te verbeteren, zo hangen er om die reden in de DeDAKKAS een paar van mijn kleden.’

Dromen en ambities
‘Door aan het wol een epoxy toe te voegen wordt het heel stevig en krijg je makkelijk bewerkbaar materiaal, waar je van alles van kunt maken. Samen met Snijmeesters, hier op het MAAK-terrein, ontwikkelen we bijvoorbeeld een lampenkap. Daarnaast ben ik met diverse partijen aan het werken aan nieuwe producten. Dromen en ambities zat, maar ik heb mezelf tot en met oktober de tijd gegeven om het zo op te zetten dat ik er van kan rondkomen, dus daar ligt nu eerst de focus op.’

www.nataliewool.nl