Tag Archief van: Hogeschool Inholland

Ondernemers van de toekomst van start bij Inholland Haarlem

Ruim 150 studenten zijn begonnen aan de opleidingen Business Studies en Finance & Control van Hogeschool Inholland Haarlem. Na het leren kennen van stad, opleiding en medestudenten tijdens de introweek begint deze week de inhoudelijke onboarding. Voor jongeren die nog geen studiekeuze hebben gemaakt, is het tot 1 oktober mogelijk alsnog in te stromen.

Eén van de nieuwe studenten is Jaimy (Business Studies). Vorig jaar studeerde hij commerciële economie aan een andere hogeschool, maar daar is hij voortijdig gestopt. “We zaten met zestig man in een collegezaal, begeleid door twee docenten. Voor mij werkte dat niet, ik wil vragen kunnen stellen en vind persoonlijke begeleiding prettig. Ik heb de indruk dat die aandacht er bij Inholland veel meer is. In de introweek is dat in ieder geval bevestigd, we hebben daar al een aantal docenten leren kennen en ook heel goed contact met ouderejaars die de introweek organiseren en begeleiden.”

Breed en gespecialiseerd
Bij Business Studies worden studenten eerst breed opgeleid, om zich daarna te verdiepen in een vakgebied als Ondernemen, Logistiek of Marketing & Sales. Bij Finance & Control draait het vooral om het lezen, begrijpen en analyseren van cijfers en het vertalen daarvan naar de dagelijkse praktijk en (beleids)keuzes. In beide opleidingen ligt de nadruk sterk op samenwerking met het werkveld.

“Tijdens de onboarding doen we dat heel laagdrempelig”, vertelt teamleider Ike Melsert. “Bijvoorbeeld door studenten op straat te laten kijken naar beeldmerken, waarmee ze alert worden op bedrijvigheid in een alledaagse omgeving. Daarnaast hebben we regelmatig sprekers uit het werkveld en gaan studenten van start met een marketing-businesscase. In eerste instantie individueel, later in groepjes. Zo kunnen ook studenten die zich later inschrijven nog instromen. Bijvoorbeeld jongeren die nog geen studiekeuze hebben gemaakt, of mbo’ers die hun opleiding net hebben afgerond.”

Naast geïnteresseerde studenten zijn ook ondernemers van harte welkom, bijvoorbeeld voor een gastles of stage- of afstudeeropdrachten. Ike: “Voor onze studenten is het heel goed als zij zich in de praktijk kunnen ontwikkelen, andersom weten we dat zij als nieuwe generatie een waardevolle bijdrage leveren aan de toekomst van bedrijven.”

Meer weten over deze opleidingen? Kijk op Business Studies en op Finance & Control.

Studententalent en ondernemerschap centraal bij uitreiking Teyler-prijzen

“Je bent nooit klaar om te starten met ondernemen, dus begin vóórdat je er klaar voor bent”. Dat was één van de lessen die Jeannette Smiemans van ReBloom Care meegaf aan de studenten van Business Studies en Finance & Control van Hogeschool Inholland Haarlem. Zij verzorgde de lezing voorafgaand aan de uitreiking van de jaarlijkse Teyler-prijzen voor beste propedeusestudent en beste afstudeerder.

De Teyler-lezing en uitreiking van de gelijknamige prijzen vormen samen de Oscaruitreiking van de opleidingen Business Studies en Finance & Control, waarbij succesvolle studenten in het zonnetje worden gezet. De naam van de lezing verwijst naar Pieter Teyler van der Hulst. Leonie Hangoor, zakelijk directeur van Teylers Museum, vertelde hoe Pieter Teyler – ten tijde van de Verlichting – ondernemerschap en maatschappelijke inzet combineerde. “Delen van wat je hebt, niet alleen in geld maar ook in kennis – en dat beschikbaar stellen voor het grote publiek. Tegenwoordig zouden we dat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen noemen.” Vanuit daar trok ze een parallel naar de Inholland-studenten en in het bijzonder de genomineerden, die al tijdens de opleiding bezig zijn om ondernemen en maatschappelijke relevantie hand in hand te laten gaan.

Olympisch zwembad vol tandpasta-restjes
De lezing van Jeannette Smiemans sloot daar naadloos bij aan. Jeannette, zelf oud-student van Hogeschool Inholland, ergerde zich aan de lelijkheid van een uitgeknepen tandpastatube in haar mooie nieuwe badkamer en aan de grote hoeveelheid tandpasta die in de tube achterblijft. Maar liefst 16% van de inhoud wordt daardoor weggegooid, wat voor alle Nederlanders bij elkaar neerkomt op een Olympisch zwembad vol. Hierop startte ze, zonder enige kennis van de markt, ReBloom Care. Daarmee wilde ze een natuurlijke tandpasta ontwikkelen, zonder onnodige toevoegingen ontwikkelen en in een stijlvolle, navulbare verpakking. Dat leidde tot een product waarin 97% minder tandpasta overblijft dan in een gewone tube én een afvalreductie van 89% door de hervulbare doseerflesjes.

Jeannette ging in vogelvlucht door haar ondernemersreis, waarin ze veel tijd en geld investeerde in onder meer verpakking, de beste tandpastaformule en marketing via influencers. Toen de bodem van haar spaarrekening in zicht kwam, stond er een investeerder op en sloot er een compagnon aan. Twee jaar van investeren begon zich uit te betalen, ReBloom Care won de nodige prijzen en eind 2026 wordt break-even verwacht. Jeannette: “De realiteit van ondernemen? Het is niet voor iedereen weggelegd en ook niet enkel rooskleurig. Maar het is wel veelzijdig, je hebt vrijheid en je kunt bouwen aan waar je achter staat. Dus vraag jezelf af: wat zou je willen starten, als je wist dat het niet kon mislukken? Doe wat je leuk vindt, want daar ben je goed in!”

And the winner is…
Aansluitend was het dan tijd voor de uitreiking voor de Teyler-prijzen. Naast Jeannette Smiemans en Leonie Hangoor bestond de jury uit Jerry Dust, winnaar van de afstudeerprijs van vorig jaar, en oud-docent Pieter van der Hoeven, die het concept van de lezing en prijzen bedacht. Vanuit iedere klas was één propedeusestudent voorgedragen, waaruit de jury uiteindelijk Nick Stroet als winnaar koos. Bart Bossers, coördinator jaar 1 van beide opleidingen, reikte hem de propedeuseprijs uit, vergezeld door lovende woorden uit het juryrapport: “Nick is een leuke zeer hardwerkende, gemotiveerde student, die er eigenlijk altijd is, oplet en inhoudelijke vragen stelt. Hij heeft al zijn studiepunten tot nu toe binnen. Hiernaast is hij aardig in de omgang, heel positief en zet hij zich bij de open dagen met veel enthousiasme in.”

De keus voor de beste afgestudeerde, waarbij naast studieresultaten en sociale vaardigheden ook de kwaliteit van de eindscriptie werd meegewogen, viel op Daphne Bottelier. Want, zo schreef de jury: “Wat Daphne bijzonder maakt, is haar combinatie van gedrevenheid, autonomie en strategisch denkvermogen. Zij werkt niet uitsluitend uitvoerend, maar kijkt voortdurend vooruit naar kansen, risico’s en verbeterpunten binnen processen en samenwerking. Daarbij neemt zij eigenaarschap over haar werkzaamheden en weet zij op natuurlijke wijze structuur en voortgang aan te brengen in een dynamische omgeving met uiteenlopende belangen en stakeholders.”

Ondernemerschap met impact
Zo werden ook bij deze twaalfde editie van de uitreiking van de Teyler-prijzen studenten in het zonnetje gezet die bovengemiddeld presteren en een voorbeeld zijn voor anderen – zowel de winnaars als de genomineerden. En werden de studenten dankzij de bevlogen lezing van Jeannette Smiemans geïnspireerd om ondernemerschap te gebruiken om impact te maken. Precies zoals Pieter Teyler van der Hulst dat drie eeuwen geleden ook al deed…

Meer weten? Maak kennis met de opleiding Business Studies van Hogeschool Inholland,

Afstudeerders Sustainable Fashion Lab bouwen aan toekomst duurzame mode

De cirkel is rond voor het Sustainable Fashion Lab van Hogeschool Inholland. Het realiseren van een Haarlemse Textielhub was namelijk één van de eerste plannen vanuit het lab, dat in 2022 van start ging. Die Textielhub opent binnenkort daadwerkelijk haar deuren, bij Broedplaats Ratata. Daar vonden ook de eindpresentaties plaats van de, voorlopig laatste, studenten van het Fashion lab.

De kledingindustrie is nog altijd één van de meest vervuilende industrieën ter wereld, zo vertelt Nicole van Dinteren, coördinator van het Fashion Lab. “De productie van textiel stoot meer CO2 uit dan de lucht- en zeevaart bij elkaar en brengt wereldwijd meer dan de helft van het afvalwaterprobleem met zich mee. De reguliere verdienmodellen staan verduurzaming echter in de weg. Vanuit het Sustainable Fashion Lab werken studenten, docenten, onderzoekers en bedrijfsleven samen aan duurzame businessmodellen voor de mode- en textielsector. Het afgelopen halfjaar gingen vijf studenten Business Studies, gekoppeld aan een werkveldpartner, aan de slag met een praktijkgerichte afstudeeropdracht.”

Microplastics in lespakket
Door dat binnen een lab te doen, bouwen de studenten verder op elkaars werk. Zo ontwikkelde eerder een groep, in samenwerking met de UvA, een educatief lespakket over hoe microplastics via de wasmachine in het water terechtkomen. Een volgende groep zorgde voor het testen en valideren, terwijl nu Tim Karels afstudeerde op het daadwerkelijk in de markt zetten van het lespakket bij meerdere basisscholen in het land. Een soortgelijk ‘bouwen’ aan opdrachten deden Zakaria Ibrahim bij mode- en lifestylemerk YAYA en Boudewijn Bos bij Spaarne Werkt, wat onder meer leidde tot de realisatie van Textielhub Haarlem.

Stelle Oelering ging aan de slag voor tex.tracer, dat betrouwbare gegevens verzamelt en analyseert over de toeleveringsketen van de mode-industrie. Zo kunnen consumenten bewustere keuzes maken bij de aanschaf van hun kleding én kunnen mode- en textielbedrijven zich voorbereiden op aankomende Europese wet- en regelgeving. “Mijn opdracht was om te onderzoeken hoe tex.tracer verder kan bouwen aan haar community”, vertelt Stelle. “Er zijn al events, maar de wens is om dat een stap verder te brengen. Mijn advies richt zich onder meer op het aanbrengen van structuur in events, het werken met build-measure-learn-model om bijeenkomsten op elkaar door te laten bouwen en een Q&A met forumfunctie op de website.”

Wendbaar en weerbaar
Dat de praktijk weerbarstiger is dan een studieboek, merkte Xicentely Meerzorg. “Mijn afstudeeropdracht richtte zich in eerste instantie op het vinden van een geschikte locatie voor Stitching Stories, een modelabel dat impact wil maken door ‘kleding met een verhaal’. Alleen vonden ze vrij snel zelf een nieuwe locatie, ook bij Broedplaats Ratata. Uiteindelijk is mijn opdracht daardoor meerdere keren veranderd. Dat was even schakelen maar heeft me wel geleerd om wendbaar en weerbaar te zijn. Uiteindelijk ben ik uitgekomen op een advies met drie uitgangspunten. Namelijk doelgroepgerichte marketingcommunicatie naar voorbeeld van vergelijkbare initiatieven, het opstellen van klantprofielen en het opbouwen van een community door middel van een contentkalender. Voor alle drie heb ik een direct inpasbare aanzet gegeven. Ik vond het heel interessant om te doen en heb ontdekt dat ik branding en positionering echt heel leuk vind.”

De eindpresentaties werden gehouden in de vorm van ‘TexTalks’, waarbij de vijf studenten tussen hun presentaties een onderliggend verband in wisten te brengen. Stelle: “Connecting Stories, noemden we dat. Op school zag ik laatst iemand afstuderen, alleen in een lokaal met twee leraren. Dan spreekt deze vorm me echt veel meer aan: als je meer luisteraars hebt, ga je ook enthousiaster presenteren. Verder heb ik veel geleerd van interviews bij Nederlandse modemerken en het werken in focusgroepen met mensen op C-niveau. Goed om te leren wanneer je formeel en wanneer je informeel moet communiceren, hoe iedereen aangesproken wil worden en wanneer je een professionele houding moet aannemen. Echt een goede voorbereiding op het werkende leven.”

Verschil maken
Zowel de presentaties als de adviesrapporten werden door de opdrachtgevers goed ontvangen. Daarmee hebben de vijf studenten hun opleiding Business Studies afgerond en komt er ook een einde aan de activiteiten van het Sustainable Fashion Lab. Voorlopig dan, want het belang en de noodzaak van een dergelijk lab zijn niet verdwenen. En zoals Xicentely en Stelle hebben ervaren is het wel degelijk mogelijk om een verschil te maken, al voelt het nog zo klein. Lab-coördinator Nicole van Dinteren: “De afgelopen jaren hebben we gemerkt dat bedrijven echt hulp nodig hebben bij het opzetten van een goede, houdbare business én dat er veel studenten zijn die graag op een ondernemende manier een bijdrage willen leveren aan de maatschappij. Dus we houden het vlammetje zeker brandend!”

Ad Logistiek biedt springplank naar de logistieke sector

“Ik zie mezelf niet iets anders doen dan logistiek”. Dat zegt Koen Versteeg, eerstejaars student van de Ad Logistiek. Deze tweejarige hbo-variant is één van de topopleidingen van Hogeschool Inholland Haarlem en vormt de ideale opstap voor mbo’ers en havo-/vwo-leerlingen richting werk of vervolgopleiding in de logistieke sector.

In eerste instantie wilde Koen, altijd al gefascineerd door (grote) voertuigen, vrachtwagenchauffeur worden. Al leek hem dat wat eentonig, waarna hij koos voor de mbo-opleiding Manager Transport en Logistiek. Tegelijkertijd leerde hij de dagelijkse praktijk kennen als thuisbezorger bij Albert Heijn. Na het mbo koos hij voor de Ad Logistiek. Zowel om zijn carrièrekansen (met bijbehorend salaris) te vergroten, als om zijn kennis te verbreden en te verdiepen. Koen: “Eerst was ik bezig met één pakketje van A naar B krijgen. Nu met de logistieke processen en de toepassing daarvan, zodat je dat op de hele keten kunt toepassen.”

Open armen
Mede vanwege de kortere studietijd was de tweejarige Ad-variant een uitkomst voor Koen. Met na het afronden daarvan de mogelijkheid om alsnog in te stromen in het derde jaar van een opleiding als Business Studies, met afstudeerrichting Logistiek. Of om direct het werkveld in te gaan, waar de logistieke wereld de studenten met open armen ontvangt. Nagenoeg alle studenten die de arbeidsmarkt opgaan, weten direct na hun opleiding een baan in de sector te bemachtigen.

Of dat ook zijn route wordt, weet Koen nog niet. Momenteel heeft hij net zijn eerste jaar afgerond. “Ik ben van mezelf heel praktijkgericht, In deze opleiding gaat het juist veel over theoretische modellen en hoe je die theorie kunt toepassen voor grotere vraagstukken. Zo hebben we een opdracht gedaan bij een bedrijf waar het logistiek structureel niet op orde was, onder meer rondom magazijnbeheer en klanttevredenheid. Dat was nieuw voor mij en ik heb nooit eerder na hoeven denken hoe je zoiets op kunt lossen. Verder hebben we regelmatig bedrijfsbezoeken, bijvoorbeeld bij Volvo Trucks in Gent. Daar zagen we hoe twee metalen balken 45 minuten later een vrachtwagen zijn die van de band rijdt. Ook hebben we daar samengewerkt met studenten van de hogeschool uit Gent.”

“Tijdens mijn mbo-opleiding heb ik stagegelopen bij Rhenus Logistics, als transportplanner voor 17 trucks. Om goed zicht te krijgen op waar chauffeurs dagelijks mee te maken, rijd ik regelmatig op een wagen mee. Dat heeft mijn beeld van het vak wel veranderd, helemaal niet zo eentonig als ik dacht. Wat ik na de Ad ga doen? Mijn docenten sporen me aan om verder te gaan bij Business Studies, mijn huidige werkgever Vrijbloed Transport wil mij graag op de planning hebben. Eerst maar eens deze opleiding afronden en kijken wat ik vanuit de leerstof kan overbrengen naar de werkelijke wereld. Begin juli verwacht ik mijn grootrijbewijs te halen. Wat ik voor me zie is dat ik daarna de combinatie maak tussen zelf rijden en plannen, waarbij ik de ervaring vanuit het een kan inzetten voor het ander – en dus ook daar de combi maken tussen theorie en praktijk, net als in de opleiding.”

Meer weten over deze opleiding? Kijk op Ad Logistiek voltijd (website Hogeschool Inholland) of bezoek de Open Avond op woensdag 17 juni.

Ben je actief in de logistieke sector en wil je samenwerken met de opleiding, een stage aanbieden of heb je een leuke opdracht in de aanbieding? Neem dan contact op met roderick.balk@inholland.nl.

NextGen Startup zet studenten Inholland aan tot actie-ondernemen

De minor NextGen Startup biedt ondernemende studenten van Hogeschool Inholland een springplank richting het ondernemerschap. Zoals Stan van Leeuwen, die met zijn groep werkte aan het opzetten van kledingruilplatform ClothSwapp.

“In de minor zet je vanaf nul je eigen onderneming op”, vertelt Yasmin Kortselius, docent Business Studies en coördinator van de minor. “Daarbij leren studenten vanuit de praktijk wat daar allemaal bij komt kijken. Zo krijgen ze gastlessen van ondernemers en zoekt iedere groep zelf een coach uit het werkveld, die aansluit bij hun product of dienst. Eén van de slagen die je studenten ziet maken, is dat ze met behulp van een value proposition canvas leren denken vanuit de behoefte van de markt. Welke problemen en uitdagingen zijn er, met name in een maatschappelijke context, en hoe kun je daar een oplossing voor verzinnen die tegelijkertijd zakelijke kansen genereren.”

Van argwaan naar impact
Die manier van denken zet de studenten op een ander spoor, blijkt uit het verhaal van Stan van Leeuwen (vierdejaars student Business Studies). “We waren niet per se heel erg met duurzaamheid bezig en ik had wat argwaan dat er dan vooral veel ‘moet’. Maar door de minor kwamen we juist op concepten waarbij je op een leuke en positieve manier impact kunt maken. Zo kwamen wij uiteindelijk uit op ClothSwap: een platform waar mensen kleding kunnen ruilen, zowel op evenementen als met mensen uit de buurt via een app. Tijdens de minor hebben we geleerd hoe je zoiets gefaseerd opbouwt, waar je financiering vandaan haalt en hoe je tot een houdbaar verdienmodel komt. Ook hadden we een heel inspirerend en leerzaam gesprek met de founder van ClothingLoop, een soortgelijk concept met een doorgeeftas met kleding.”

“In de minor was veel aandacht voor werken met AI. We hebben een basisapp gemaakt met een eigen AI-systeem, zodat je à la Instagram en TikTok een gepersonaliseerd aanbod krijgt. Ook hebben we AI ingezet voor onze persoonlijke ontwikkeling, door chats te bouwen waarin je sterke en zwakke punten naar voren komen en in iedere fase van de business-ontwikkeling naar voren komt welke kansen en valkuilen dat oplevert. Met AI kun je zoveel van je werk versimpelen, waardoor je tijd overhebt voor andere belangrijke dingen.”

Ondernemerschap aangewakkerd
“Momenteel ben ik bezig met mijn stage bij een online marketingbureau en onderweg naar mijn afstuderen. Daarnaast heb ik een bijbaan. Om van ClothingSwap een succes te maken is veel tijd nodig en die heb ik nu niet, maar het is een concept dat me zeker nog niet loslaat. Sowieso heb ik in deze minor dingen geleerd waar ik in mijn stage profijt van heb en ongetwijfeld straks ook na mijn studie. Ik ben iemand die van zichzelf terughoudend is, alles eerst goed op een rijtje zet en vervolgens niet begint. Als ik iets heb geleerd tijdens deze minor is het ‘actie-ondernemen’: beginnen door gewoon te gaan dóen. Misschien wordt het niks, maar dan heb je het wel gedaan – en toch wat geleerd, dus mijn ondernemerschap is absoluut aangewakkerd.”


Hier vind je meer over de opleiding Business Studies bij Hogeschool Inholland.

Lef, concretisering en samenwerking

Tijdens het Politiek Ondernemersdebat, georganiseerd door Goede Zaken, discussieerden vertegenwoordigers van politieke partijen onderling én met ondernemers over onder meer regelgeving, een veilige en toegankelijke binnenstad en een goed bereikbare Waarderpolder. Dat zorgde voor levendige en interessante debatten, op woensdagavond 11 maart in Paviljoen De Mug van het Nova College.

De deelnemende partners brachten stellingen in waarop politici reageerden. Die hadden vooraf kenbaar gemaakt in hoeverre ze het met de stelling eens of oneens waren. Presentatoren Brigitte Kool en Johan Tempelaar stelden vervolgens de vragen, waarna de bij de stelling betrokken partner weer reageerde. Dat begon bij Haarlem Centraal, de belangenvereniging voor de ondernemers in de binnenstad. Esther Joël poneerde namens Haarlem Centraal de stelling dat in het centrum de voetganger centraal dient te staan. Bijvoorbeeld via duidelijke regels, meer handhaving en een betere routing voor fietsers.

Fietsers en voetgangers
Daar wist Louise van Zetten (Hart voor Haarlem) wel raad mee. Volgens haar is de binnenstad door de langgerekte vorm alleen met de fiets goed bereikbaar en zijn ouderen en mensen die slecht ter been zijn de dupe van dit beleid. Een ondernemer vulde aan door te zeggen dat consumenten die op de fiets naar Haarlem komen juist de echte kopers zijn. “Daar heb je als ondernemer tenminste iets aan.” Joris Krouwels (D66) en Diana van Loenen (GroenLinks-PvdA) stelden juist dat door de komst van meer fietsparkeergarages de fietsende consument op zijn wenken wordt bediend. Vervolgens vierde het politiek jargon hoogtij via termen als integrale aanpak, mobiliteit en het houden van pilots. 

Dat leek ook te gebeuren met de door de Industriekring Haarlem ingebrachte stelling. Voorzitter Bruno Giebels zei dat de Waarderpolder momenteel goed is voor zo’n 16.000 arbeidsplaatsen. Daar komen door de vestiging van nieuwe ondernemingen nog eens 5.000 bij. Dat betekent dat er meer investeringen nodig zijn in onder meer vergroening, betere bereikbaarheid, verbetering van de infrastructuur en het wegwerken van achterstallig onderhoud. Vrijwel alle partijen zijn het daar mee eens. Daar was Giebels uiteraard heel blij mee, al was hij wat teleurgesteld over de reactie vanuit de partijen hoe ze dat concreet willen maken. “Veel plannen liggen er al, als belangenbehartiger van de bedrijven weten wij als Industriekring goed waar behoefte aan is. Dus laten we na de verkiezingen verder in gesprek gaan, wij hebben de ideeën en oplossingen voor de uitdagingen waar de Waarderpolder mee te maken heeft. Laat ons jullie helpen om tot concrete uitvoering van die plannen te komen.”

Lef en vertrouwen
Alexander Mascini van Volt, dat voor het eerst meedoet aan de Haarlemse gemeenteraadsverkiezingen, kreeg met succes het woord ‘lef’ op de agenda. Hij betichtte het zittende college van het gebrek daaraan en betoogde dat er meer lef nodig is én dat de gemeente meer vertrouwen mag stellen in ondernemers en ondernemersverenigingen om wat te bereiken in Haarlem.

Koninklijke Horeca Nederland afdeling Haarlem ging in op de noodzaak om het aantal regels voor horeca-ondernemers te beperken. Met name waar het dubbele of onnodige regels betreft. Bestuurslid Eefje Majoor gaf aan zo een lijst van te kunnen maken met minstens twintig regels die overbodig zijn of dubbelen met landelijke regelgeving. Daar was Nienke Klazinga (VVD) het van harte mee eens. Zij gaf als voorbeeld een ruim veertig pagina’s tellend boekwerk over regelgeving met betrekking tot evenementen – één van de redenen dat het Kleverparkfestival ophoudt te bestaan.

Handhaven en vergunningen zoeken
Eefje Majoor kreeg vervolgens de lachers op haar hand met een anekdote over een drukbezochte avond in Patronaat, waarop handhavers langskwamen en vroegen om een bepaalde vergunning. “Die vergunning hebben we natuurlijk gewoon en handhaving is geen probleem, maar dit was voor het eerst in twintig jaar dat ernaar gevraagd werd en op zo’n moment weet niemand natuurlijk waar die vergunning ligt – laat staan dat we als er 900 man in huis is tijd hebben om ernaar te zoeken…”.

Ook de Vereniging Eigenaren Binnenstad Haarlem loopt tegen die regelgeving aan. Het is volgens bestuurslid Anton Bruning één van de redenen dat het project Wonen boven Winkels zo moeizaam van de grond komt, ondanks dat iedereen daar vóór is. Ook omdat het college meer aandacht heeft voor de realisatie van woningen buiten het centrum. En dat terwijl een vitale binnenstad zo belangrijk is. Bruning vertelde als voorbeeld dat er per etage maar één ruimte gerealiseerd mag worden, terwijl de woonbehoefte in het centrum heel anders is. Regels over woningsplitsing zitten daar in de weg en zo staat er een potentieel van enkele honderden woningen leeg. Bruning: “Ik begrijp dat de prioriteit ligt bij projecten met duizenden woningen, maar dit is echt laaghangend fruit in de strijd tegen de woningnood.”

Impact-ondernemers en starters
Namens Kennemer Impact somde André Brasser voorbeelden op van ondernemers die maatschappelijk problemen aanpakken. “Daarmee nemen deze ondernemers ook taken weg die eigenlijk bij de gemeente liggen en zetten daarmee maatschappelijke kosten om in economische baten.” Daarom, zo betoogde Brasser, zou gemeentelijk vastgoed niet marktconform maar tegen kostprijs moeten worden aangeboden aan impact-ondernemers. Over deze stelling waren de meningen behoorlijk verdeeld. Danny van Leeuwen (ActiePartij) toonde zich een uitgesproken voorstander. “Onze partij is voortgekomen uit de noodzaak om vastgoed zo in te zetten dat er waarde wordt toegevoegd aan Haarlem”.

Frank Visser (ChristenUnie) gaf de stelling een ruime onvoldoende. Hij legde daarbij uit dat zijn partij op zich welwillend tegenover het idee staat, maar ook oog wil houden voor bijvoorbeeld starters. Diana van Loenen (GroenLinks-PvdA) onderstreepte dat Haarlem ook al heel veel doet voor impact-ondernemers, onder meer door in te zetten op het Sociaal Impact Investeringsfonds en te blijven investeren in het Kennemer Impact Programma.

Studenten en woningen
De avond werd afgesloten met het onderwerp ‘Haarlem Studentenstad’. Marijn Leijten van SRH Haarlem zei, mede namens de andere beroepsonderwijspartijen Hogeschool Inholland en Nova College: “Ik heb even meegeschreven en bij alle onderwerpen van vanavond is de oplossing: studenten! Maar dan moet gemeente Haarlem wel in deze doelgroep willen investeren. Dat vraagt onder meer om betaalbare woningen en goede voorzieningen voor studenten, waarvan het gros pendelt tussen Haarlem en hun eigen woonplaats. Haarlem laat de kans liggen om talent binnen de gemeentegrens te houden en aan de stad te binden.” Moussa Aynan van Jouw Haarlem weet de oplossing: flexwoningen. “Die kunnen zo worden opgeleverd, zijn van uitstekende kwaliteit en ik weet ook al een locatie. Waarbij ondertussen moet worden gewerkt aan permanente woningen, waarvan de ontwikkeling nu eenmaal langer duurt.”

Alles bij elkaar was het een avond met levendige en interessante debatten, waarbij de politici het op grote lijnen met alles redelijk eens waren, maar waar nog een vervolg moet komen in de realisatie en financiering van de plannen. Daarbij werd meerdere malen opgemerkt dat de gemeente ook kampt met een beperkte capaciteit aan ambtenareninzet. Daarop reikten de diverse ondernemersorganisaties de hand door aan te geven graag voorwerk te doen en na de verkiezingen met concrete suggesties te komen voor de nieuwe gemeenteraad en coalitie.

Zo leverde de avond meer dan voldoende stof op om na te praten, wat tijdens de afsluitende borrel al volop gebeurde – en ongetwijfeld een vervolg krijgt als het stof van de verkiezingsuitslag is neergedaald.

_MGC8912
previous arrowprevious arrow
next arrownext arrow
Shadow

 

Politici en ondernemers in debat over actuele thema’s

Tijdens het Politiek Ondernemersdebat op woensdagavond 11 maart gaan politici en ondernemers met elkaar in debat over een zestal ondernemersthema’s. Van ruimte voor voetgangers en wonen boven winkels tot talent voor de toekomst en regeldrukreductie.

Het debat is een samenwerking tussen vijf ondernemersorganisaties en de drie Haarlemse beroepsonderwijsinstellingen Hogeschool Inholland, Nova College en SRH. Deze drie onderwijsinstellingen presenteerden onlangs het manifest Haarlem Studentenstad. Daarmee zetten zij zich gezamenlijk in om talent voor de toekomst aan te trekken én te behouden, vertelt Marijn Leijten (SRH Haarlem) namens de drie organisaties.Met 10.000 studenten is Haarlem echt een stad van het beroepsonderwijs. Goed opgeleid talent vormt de motor voor economisch succes en het is daarom van belang om Haarlem verder te ontwikkelen tot een nog aantrekkelijkere studentenstad.”

Haarlem Centraal focust in het debat op de bereikbaarheid van de binnenstad. Bestuurslid Esther Joël: “Op dit moment zien we dat winkelend publiek steeds vaker in de verdrukking komt en verschillende gebruikers elkaar hinderen. Daarom is een structurele, integrale aanpak van de bereikbaarheid en inrichting van de binnenstad noodzakelijk, waarbij wat ons betreft de voetganger centraal moet staan om de binnenstad aantrekkelijk te houden.”

Verdichting en vergroening
Ook voor de Industriekring Haarlem (IKH) is bereikbaarheid een belangrijk thema. Want de Waarderpolder, stelt IKH-voorzitter Bruno Giebels, loopt met name in de spits vast: “Ook op het gebied van infrastructuur moet er een en ander gebeuren én gelet op de verwachte groei in de Waarderpolder moeten we kijken naar zowel verdichting als naar vergroening. Het is goed dat de politieke partijen zich hier tijdens het debat over uitspreken, zodat ondernemers weten waar de verschillende partijen staan en wat dat betekent voor hun bedrijf.”

De Vereniging Eigenaren Binnenstad Haarlem komt evenals vier jaar geleden met een stelling rondom Wonen boven Winkels. Bestuurslid Anton Bruning: “Alle partijen hebben zich vier jaar geleden uitgesproken als voorstander. Toch gebeurt er niets en zitten fietsparkeernormen, eindeloze vergunningstrajecten en regels over splitsing in de weg. Zeker gelet op de enorme krapte op de Haarlemse woningmarkt pleiten wij voor het maken én uitvoeren van een concreet actieplan om in de komende coalitieperiode ten minste honderd woningen boven winkels te realiseren.”

Schrappen en versoepelen
De Haarlemse horeca kampt met de nasleep van de coronatijd en is ondertussen ook geconfronteerd met stijgende kosten en strengere regelgeving. Eefje Majoor van Koninklijke Horeca Nederland afdeling Haarlem: “De horeca zorgt dat Haarlem een gezellige, gastvrije en levendige stad is, zowel voor bezoekers als bewoners. We zien dat veel horecaondernemers echt behoefte hebben aan regeldrukreductie en we dagen de Haarlemse politiek uit om, in navolging van het nieuwe kabinet, te mikken op het schrappen en versoepelen van regels.”

Tot slot is er Kennemer Impact, dat vanuit Stichting Stadsgarage wordt vormgegeven om Impact Ondernemen verder te helpen. André Brasser van Stichting Stadsgarage: “Haarlem is landelijk koploper in het aanpakken van maatschappelijke problemen met behulp van ondernemerschap. Haarlem moet dat koesteren en verder stimuleren, onder meer door het Sociaal Impact Investeringsfonds. Daarnaast vinden wij dat ondernemers die aantoonbaar maatschappelijke impact maken, en vaak werken met kleine winstmarges, gemeentelijk vastgoed tegen kostprijs moeten kunnen huren. Interessant om te horen wat de verkiesbare partijen daarvan denken.”

Het Politiek Ondernemersdebat vindt plaats op woensdagavond 11 maart (19:30-21:30 uur) bij het Nova College aan de Zijlweg. Toegang is gratis na aanmelding via deze pagina, met ook alle informatie over het Politiek Ondernemersdebat.

Ondernemerschap in de praktijk bij uitreiking studentenprijzen

Het Hodshon Huis vormde het fraaie decor voor een feestelijke avond van Hogeschool Inholland. Voor de tweede keer werden daar namelijk de Afstudeerprijs en de Student Ondernemersprijs uitgereikt. “Hier wordt gebouwd aan nieuwe bedrijven, daadwerkelijk ondernemerschap in de praktijk”, zo concludeerde jurylid en dagvoorzitter Paul Nielen.

De jury was onder de indruk van zowel de kwaliteit van de afstudeerwerken als van de ondernemingsplannen die zij mocht beoordelen. Daarbij vielen onder meer de maatschappelijke relevantie in combinatie met de relatieve eenvoud op, zo vertelde Nielen, tevens bestuurslid bij de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW). De KHMW tekende samen met Hogeschool Inholland Haarlem, Startup Campus Haarlem en het Rengelinkfonds voor de organisatie van het event.

Stimuleren in ondernemerschap
Sprekers op de boeiende en inspirerende avond waren Jos Ahlers, die een optimistisch verhaal hield over de toekomst waarin Gen Z het voor het zeggen krijgt, en Barthold Hooft Graafland – social enterpreneur en alumnus van de Nationale Denktank. De laatste gaf twee tips voor succesvol ondernemerschap: consistentie wint het altijd van intensiteit en discipline wint het altijd van ambitie. Matthijs de Winter, teamleider Creative Business bij Inholland Haarlem, benadrukte het belang van de omgeving van de student, zowel op school als thuis.

Ook de winnaars van de Student Ondernemersprijs 2025 kwamen aan het woord: Timo Brouwers en Laurens Dulmers van Reachmate, een hulpmiddel voor mensen in een rolstoel. “Het winnen van die prijs heeft ons enorm gestimuleerd in ons ondernemerschap. Vrij kort daarna hebben we ons bedrijf formeel opgericht en zijn we verdergegaan met productontwikkeling en marketing. Inmiddels zitten we in de volgende fase, schalen we de productie op en hebben we ambities om naar het buitenland te gaan.”

Voor de Afstudeerprijs beoordeelde de jury een veertiental afstudeerwerken. Daarbij kwam uiteindelijk Robbert Louter, student Built Environment, als winnaar uit de bus. Zijn onderzoek richtte zich op de relatie tussen groenvoorzieningen en de gezondheid van bewoners in Alkmaar. Met als belangrijkste conclusie dat de kwaliteit van het groen meer impact heeft op de gezondheid dan de hoeveelheid groen. De jury complimenteerde hem met hoe hij een grote hoeveelheid datagegevens wist te combineren, deze op wijkniveau kon uitzetten én wist te vertalen naar een dashboard waarin de data inzichtelijk wordt voor beleidsmakers. Eervolle vermeldingen waren er voor Jelle Wurpel (Bouwmanagement & Vastgoed / Ruimtelijke ontwikkeling, Haarlem) en Senna Slot (Business Studies, Haarlem).

And the winner is…
Toch sprongen er voor ons drie ondernemingen uit. Open-It, dat een ergonomische 5-in-1-oplossing heeft gemaakt voor mensen met artrose of verminderde grip, en Verdiax, dat biologisch afbreekbaar incontinentiemateriaal heeft ontwikkeld voor de uitvaartbranche. And the winner is…”. Maar voordat Nielen dat zei, presenteerde hij een verrassingsprijs voor de top-3: een driedaagse ‘natuurlijk leiderschap’, aangeboden door de Foundation for Natural Leadership.

Dennis Hoeben, Léon Ariëns en Melvin Valk van InfraCover. Bij deze groep horen verder Bryan Visser en Fabian Dulmers.

Zo bleef de zaal nog even in spanning, maar uiteindelijk sprak Nielen het verlossende woord en bleek InfraCover de nummer één van de jury. Melvin Valk, een van de studenten uit de groep: “We waren echt zó nerveus, mijn hart ging steeds sneller kloppen. Zo gaaf om dan onze naam te horen en deze prijs te winnen, zeker omdat de concurrentie groot was.” InfraCover ontwikkelt en produceert herbruikbare afdekhoezen voor verkeersborden. Dat lijkt een kleine markt, maar de studenten becijferden dat er maar liefst 106 miljoen verkeersborden in Nederland zijn, waarvan gemiddeld zo’n 1% buiten gebruik is. Die worden nu afgedekt met vuilniszakken en duct tape, wat na gebruik wordt weggegooid.

Innoveren en Ondernemen
Melvin en zijn medestudenten gaan het bedrag van 1.500 euro dat bij de prijs hoort gebruiken om nader onderzoek te doen, hun product verder te ontwikkelen en een VOF op te richten en in te schrijven bij de KVK. Ze geven dan ook dat de minor Innoveren en Ondernemen, waar het idee ontstond, en het hele traject in aanloop naar de prijsuitreiking de groep enorm heeft gestimuleerd. Melvin: “Inholland heeft ons heel goed geholpen om te kunnen starten, we zijn daarin echt goed begeleid. Onze docenten en coaches boden de structuur, daarbinnen kregen we alle ruimte. We zijn in dat traject ook een paar keer op ons bek gegaan – en vervolgens weer overeind geholpen. Dat heeft bijgedragen aan onze zelfverzekerdheid en heeft heel veel positieve energie gegeven.”

Ook bij de Student Ondernemersprijs stond de jury voor een lastige taak. Paul Nielen: “Het was soms alsof we verschillende stukken fruit van dezelfde fruitschaal moesten vergelijken. Van een platform voor kledingruil tot een game om beginnend muzikanten en artiesten op weg te helpen tot een herinneringsarmband voor mensen met dementie.

Op de afsluitende borrel werd er volop nagepraat door docenten, studenten, relaties en professionals uit het werkveld. Gonneke Willemsen, locatiedirecteur van de organiserende vestiging Hogeschool Inholland Haarlem, vertelde daarbij hoe de avond haar met trots vervulde: “Ik ben echt onder de indruk van de manier waarop onze studenten naar de wereld kijken, aan de slag gaan met actuele uitdagingen en vanuit een geheel eigen blik komen met direct toepasbare oplossingen. Een avond als deze maakt zo goed duidelijk wat Inholland doet en welke impact onze studenten maken in de maatschappij. Daarmee zetten ze ook meteen de relevantie van onze hogeschool en ons onderwijs voor de directe omgeving op de kaart.”

Meer weten?
> Maak kennis met de opleiding Creative Business van Hogeschool Inholland.
> Of neem eens een kijkje op de site van de Start Up Campus Haarlem.

Studenten Hogeschool Inholland onthullen toekomst van de mode-industrie

“Het voelt soms zo overweldigend wat er in de wereld gebeurt. Hier heb ik geleerd dat er zoveel is wat je wél kunt doen en dat je door iets kleins te doen toch een groot verschil kunt maken”. Romy van den Berg is één van de studenten die zich vanuit het Living Lab Sustainable Fashion inzet voor een duurzamere textielketen. Afgelopen donderdag presenteerden studenten van Hogeschool Inholland in de Haarlemse Kweektuin hun innovatieve concepten daarvoor.

De kledingindustrie is een van de grootste vervuilers ter wereld, onder meer door de intensieve en goedkope productie, de snelle kledingconsumptie en de microplastics die bij wassen vrijkomen. Het Living Lab Sustainable Fashion van Hogeschool Inholland Haarlem werkt samen met partners aan concrete oplossingen om de keten te verduurzamen. Onder meer in een minor waarin studenten van verschillende opleidingen en locaties samen concepten bedenken en uitvoeren. Zo maakte Romy, die communicatie studeert, samen met Business Studies-student Isabella de podcastserie ‘Draagbaar’. Deze gaat over ondernemen in de duurzame mode-industrie en is bedoeld om anderen te inspireren én te behoeden voor valkuilen.

Kennis en gedragsverandering
Sommige studenten borduurden voort op het resultaat van groepen uit eerdere minors. Zo ontwikkelde een groep een educatief lespakket over hoe microplastics via de wasmachine in het water terechtkomen. De lessen zijn ontwikkeld in samenwerking met de UvA, waarbij hun wetenschappelijke kennis door de studenten is vertaald naar de belevingswereld van kinderen. Actief en ontdekkend leren stond daarbij centraal, terwijl de kinderen ook werden aangemoedigd om het onderwerp thuis te bespreken. Een enquête onder ouders leverde op dat dit in meerdere gezinnen tot meer kennis en zelfs gedragsverandering leidde.

Allison Mol, Research en Communicatie Manager bij de UvA: “Wat ik echt heel erg leuk vind om te zien, is dat studenten verder bouwen op elkaars werk. Daardoor ontstaat er een hoogwaardig product, in ons geval een lespakket. Dat is door deze groep uitgebreid getest op onder meer basisschool De Lindeboom in Haarlem en gaan we nu in het hele land verder uitrollen, in samenwerking met weer een nieuwe groep studenten. Voor onderzoekers is het vaak ontzettend lastig om hun onderwerpen en resultaten bij een breed publiek onder de aandacht te krijgen. Dankzij de studenten lukt dat op een hele concrete en tastbare manier.”

Ruilen, pimpen en naaien
Dat lukte ook de groep die het idee voor Spaarne Swap & Stich presenteerde: een circulaire textielhub waar mensen langs kunnen gaan om kleding te ruilen, te pimpen met reststof of te leren naaien. Bij wijze van test werd het idee in pop-up vorm opgezet in Winkelcentrum Schalkwijk, waar veel nieuwsgierige bezoekers een kijkje kwamen nemen. Sommigen van hem gingen snel naar huis en om kledingstukken te halen die ter plekke werden verfraaid. Deze groep studentes werkte in opdracht van Spaarne Werkt, dat in de regio Haarlem jaarlijks maar liefst 800.000 kilo ingezameld textiel moet verwerken.

Tom Wielart, teammanager Kringloop en Duurzaamheid bij Spaarne Werkt: “Het team bracht een enorme verfrissende energie met zich mee. Ze hebben drie concepten neergelegd en ik kon eigenlijk niet kiezen welke ik de beste vond. De studenten waren heel praktisch ingesteld en hebben vrijwel alles zelf gedaan, wat extra fijn is omdat we zelf niet zomaar mensen hebben die er van alles ‘bij’ kunnen doen. Momenteel zijn we met andere partijen in gesprek om te kijken hoe en waar we structureel zo’n textielhub kunnen realiseren. En de twee andere concepten heb ik ook nog maar even bewaard in mijn inbox.”

De opdrachtgevers van de andere groepen gaven soortgelijke tevreden reacties. Naast de genoemde projecten ging dat om het versterken van de community rondom het duurzame modeplatform Clean & Unique, de online tool Transparancy Tracer waarmee lokale mkb’ers hun transparantie en daarmee hun positie in de keten kunnen bepalen en een ‘drieluik’ aan zichtbare maatregelen waarmee het Nederlandse modemerk YAYA in haar winkels bewustwording creëert voor ‘true pricing’. Alles bij elkaar een inspirerende middag vol goede, concrete en haalbare ideeën die, zoals senior onderzoeker Lisette Bakker van het Living Lab het omschrijft: “zijn als het planten van zaadjes in een innovatieve proeftuin, die samen uitgroeien tot een veerkrachtig ecosysteem dat de gehele textielketen kan veranderen én die direct impact maken in de regio.”

 

De activiteiten van het Living Lab Sustainable Fashion zijn mede mogelijk gemaakt dankzij het stimuleringsprogramma ‘Kansen voor West’ van de Europese Unie.

Opstellen financieringsaanvraag brengt theorie samen in de praktijk

Stel, je hebt een bedrijf dat financieel onder druk staat. Door een slag te maken in modernisering, verduurzaming en efficiency kun je je bedrijf weer klaarmaken voor de toekomst. Maar hoe onderbouw je de financieringsaanvraag daarvoor? Dat is één van de vraagstukken waar studenten Finance & Control van Hogeschool Inholland zich in specialiseren.

Olaf Koch, docent bij Finance & Control vertelt: “Onze derdejaars studenten bekwamen zichzelf in het voorbereiden van zo’n financieringsaanvraag voor de fictieve Haarlemse Bakkerij Brasserij. Het bedrijf laat slechte financiële cijfers zien. Door onder meer het vervangen van energie-onzuinige ovens, het verduurzamen van het (diesel)wagenpark en het efficiënter inrichten van de bedrijfsorganisatie, kan er financieel worden bijgestuurd. Aan de studenten de taak om dit alles financieel door te rekenen én te verwerken in een zogenoemd financieringsmemorandum. Het resultaat wordt voorgelegd aan drie ervaren financieringsanalisten van de Rabobank, die de aanvraag bekijken en beoordelen alsof het een echte aanvraag is.”

Kritische vragen

Olaf Koch

Op school geeft Olaf de studenten feedback en tips vanuit zijn eigen jarenlange ervaring in de bancaire sector, waarbij hij de nodige financieringsaanvragen langs zag komen. Zo laat hij ze nadenken over te verwachten kritische vragen vanuit de bank en bespreekt hij onderwerpen waar de studenten zelf tegenaan lopen. Want hoe zorg je dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de bank én dat de toonstelling vertrouwen opwekt? Is er nagedacht over een eventuele herinvesteringsreserve? Moeten er afspraken worden gemaakt over dividenduitkering? Wat zijn de gevolgen van het onderpand dat tegenover de lening staat? Olaf: “Met bij alles als uitgangspunt: de vertaalslag van ‘cijfertjes’ naar de praktijk – en andersom.”

Bij het napraten geeft een groepje studenten aan dat ze veel leren van deze opdrachtvorm. Zo zegt student Bart: “We zijn drie maanden bezig met deze opdracht, waarin alle theorie van de afgelopen twee jaar samenkomt. Het is een proces waarin je ook veel van elkaar leert, bijvoorbeeld omdat iemand al verder is in de stof of meer specifieke kennis heeft van een onderwerp. Door dat allemaal toe te passen in dit concrete praktijkvoorbeeld, ben je meer actief bezig en blijft de stof beter hangen. Dat maakt het heel leuk om te doen.”

Puntjes op de i
Na de les blijft een aantal studenten hangen om een taakverdeling te maken voor de laatste puntjes op de i, voordat het stuk naar de Rabobank-medewerkers wordt gestuurd. Olaf: “Een spannend moment en heel leerzaam voor onze studenten, die na hun studie onder meer als consultant aan de slag gaan en dan echt dit soort aanvragen moeten opstellen. Een mooi meetmoment dus om te laten zien wat ze hier leren en een goede voorbereiding op hun professionele toekomst.”

i De opleiding Finance & Control werd in de Nationale Studenten Enquête uitgeroepen tot beste Finance & Control opleiding van Nederland 2026. Ontdek meer op www.inholland.nl/finance